Columns 2024 - 2026
verschenen in het Gele Krantje
Van het ijs in de bloesem
“Alles is te verliezen, maar er zijn altijd foto’s te winnen.” Met die zin sloot ik mijn allerlaatste column af. Dacht ik. Tot ik onlangs werd gevraagd om toch weer te schrijven. Ik twijfelde. Begeef ik me na dertien columns over fotografie niet op glad ijs? Aan de andere kant: men riep altijd dat ik mijn tong verloren was. Het zou zonde zijn als ik nu ook mijn pen nog kwijtraak.
Jachtseizoen
Ganzen hebben tijdens hun trek echt geen zin in de Mac, concludeer ik terwijl ik over een berg fastfoodafval stap om beter zicht te krijgen op de ‘overlastgevers’. Mijn jas blijft haken. Sinds ik me op kosten jaag met mijn fotografie-uitrusting, ben ik verplicht mezelf te verwaarlozen. Die kras kan er ook nog wel bij. De ganzen trekken zich niets aan van mijn vogelverschrikker-uiterlijk. Zichtbaar opgelucht dat ik een camera draag in plaats van een jachtgeweer, plonzen ze in het water.
Muzikale droom
Er werd nog contant betaald toen ik al contactloos was. Toch zei ik ‘ja’ toen ik gevraagd werd om de PeeRock-fotograaf te zijn. Ik zag meteen één groot voordeel: hoge decibellen maken communicatie voor íedereen onmogelijk.
Terug naar toen
In de witte rook van een Ford Mustang greep ik naar Mentos, het enige rolletje dat ik nog heb sinds ik op vijfjarige leeftijd mijn eerste - en tevens laatste - analoge camera gebruikte.
Filteren
In een wereld die steeds ‘automatisch intelligenter’ wordt, bedreigen surrealistische filters de fotografie. Onverstoorbaar filter ik gewoon door, nog vóórdat ik de foto maak. Vuilnisbakken, verkeersborden en voertuigen uit de 21e eeuw zijn daarin mijn grootste vijanden. En terwijl de wereld kampt met grote problemen, maak ik me druk over geparkeerde auto’s die het zicht op vallende bloesem ontnemen, paaseieren die niet mooi in een regenplas reflecteren, of een tegenvallende golf ondanks windkracht vijf.
De magie van februari
Als hobbyfotograaf kan ik ongemerkt de mist in gaan. Dit keer omhulde de mist me zo hardnekkig dat zelfs de Zeelandbrug onzichtbaar was. Pas toen ik eronder stond, doemde het icoon op. De brug leek nergens heen te gaan. Gefascineerd door het beeld vergat ik bijna mijn camera te gebruiken.
Nieuwjaarsduik
Op 1 januari sta ik bij het Veerse Meer in Kortgene te wachten op de nieuwjaarsduik. Ondanks de stormachtige wind gaat het evenement hier, in tegenstelling tot veel andere plaatsen, gewoon door. Mijn camera heeft een doffe, witte laag. Een etmaal geleden kwam ik op het ondoordachte idee om oliebollen met veel poedersuiker te fotograferen, zonder rekening te houden met de windrichting.
Contactlenzen
De bemanning van de Zilvervloot stelt zich op. Ik kijk om me heen. Nee, er is echt geen fotograaf te zien. Ik sta véértien mensen, uitgedost in het zilver, te fotograferen. ‘Wie ben ik eigenlijk?’, flitst er door m’n hoofd. Als ik na het maken van de groepsfoto het hazenpad kies, herken ik mezelf weer. Bij de vismijn schiet ik opnieuw een reeks foto’s van de deelnemers van de Bietentocht. De lens schept contact, veilig op afstand.
Fotomodel Basje
Fotolijsten vlogen jarenlang, ver voor zonsopkomst, als een originele wekservice door mijn slaapkamer. Sinds een aantal weken word ik wakker als de zon al aan de hemel staat. De lege mand confronteert me iedere ochtend met de nieuwe realiteit.
Mexi-Colijn
De braderie ontwaakt langzaam en de camera moffel ik nog even weg onder m’n vest. Vanachter een zonnebril speur ik naar interessante details. Halverwege maak ik de teleurstellende balans op. Foto’s zijn net pannenkoeken: de eerste mislukt altijd. Na vijf misbaksels verschijnt The Swinging Dixieband, een luidruchtige ommekeer.
Klaprozen
“Sneller schieten!” beveel ik, maar de camera wijkt niet van de ingestelde twintig seconden af. Rond middernacht is er veel zichtbaar ‘gespuis’ en onzichtbaar noorderlicht. Mijn camera weet het natuurverschijnsel te vangen boven de jachthaven. In het licht van de lantaarnpaal verschijnt de schaduw van een gewapend persoon…
Goofies Race
Boeboe, Spindrift en Spotgaai nemen al jaren deel aan de Goofies Race. Zelf beoefen ik sinds jaar en dag ómzeilen, waardoor het lang duurde tot ik hen eindelijk tegenkwam.
Afstand houden
“Afstand houden!” riep de beveiliger van koningin Máxima. Die ene stap naar voren was in alle opzichten een stap te ver. Als persoon ben ik afstandelijk genoeg, maar met een camera voor m’n gezicht neem ik automatisch het gedrag van de zoomlens over.
Fotograferend het nieuwe jaar in
Fotografiedrang is soms sterker dan angst. Jarenlang bracht ik het eerste uur van het nieuwe jaar door in de trapruimte waar ik niets van het vuurwerk meekreeg. Deze jaarwisseling verplaatste ik me rond twaalf uur naar bóven. Door het raam had ik veilig en goed zicht op de kleurrijke ontploffingen in de lucht die ik wilde fotograferen.