Column: van het ijs in de bloesem

Gepubliceerd in het Gele Krantje - 10 april 2026



 “Alles is te verliezen, maar er zijn altijd foto’s te winnen.” Met die zin sloot ik mijn allerlaatste column af. Dacht ik. Tot ik onlangs werd gevraagd om toch weer te schrijven. Ik twijfelde. Begeef ik me na dertien columns over fotografie niet op glad ijs? Aan de andere kant: men riep altijd dat ik mijn tong verloren was. Het zou zonde zijn als ik nu ook mijn pen nog kwijtraak. 

Ik denk tegenwoordig in beelden. Grammatica en interpunctie hollen achteruit, terwijl compositie en timing een sprint trekken. Opvallend genoeg werden juist de gekste foto’s een succes: een barbie, een beer en een badeendje verbeeldden mist, Blue Monday en een regenbui. Het stuk ijs dat ik kweekte in een kattenbak en tegen de zon hield, omlijstte een artikel over historische winters. De hoofdrol was weggelegd voor een rode paraplu. Na een jarenlang verblijf in de schuur poseerde hij op een verlaten strand, in de regen. Die foto werd bekroond tot landelijke weerfoto van de maand februari. 

De vele foto’s vormen een aanslag op mijn opslag, toch laat ik in bevroren toestand nog genoeg foto’s schieten die ik had willen schieten. Maar geen  boot laat ik voorbijvaren. Zo ontdooide ik - samen met een tas diepvriesproducten - toen ik op de terugweg van boodschappen de kustwachtboot ‘Frans Naerebout’ met sleepboot op het Veerse Meer zag. Ik trok een sprint, volgde en bleef klikken tot het spektakel uit zicht verdween. 

En nu de winter wijkt en de lente komt, richt ik mijn camera op de bloesem die elk dorp kleur geeft. De maartse buien kregen nauwelijks grip op de blaadjes, terwijl ze door de complimenten al rijkelijk over me heen zijn gedwarreld. Ik schreef toch al dat ik in beelden ben gaan denken? 

Gelukkig ben ik mijn pen niet verloren, zodat ik nu eindelijk kan zeggen: dank jullie wel!